De geschiedenis van SOF

Opgericht 30 oktober 1979

 

Voorwoord

 

Er bestaat een stuk geschiedschrijving van de hand van Jaap Hollander. Hij heeft dat in 1985 geschreven; de club was toen zes jaar oud. Veel gegevens van wat hieronder geschreven staat betreffende de eerste jaren is overgenomen van Jaaps artikel in het clubblad van die tijd, aangevuld met gegevens uit de notulen van die tijd en eigen herinneringen.

 

Het begin, het eerste jaar

 

De feitelijke oprichter van de club is Jan Gebuys. Jan was een boer in ruste uit de Langstraat. Nadat hij zijn stee en land verkocht had, kwam hij in Oude-Tonge aan de Kolfweg wonen. Feitelijk was Jan een dammer, maar bij gebrek aan tegenstanders schaakte hij meestal met zijn buurman, Theo Okker. Omdat hij op die manier altijd tegen de zelfde tegenstander moest  spelen, klopte hij op een dag aan bij Jaap Hollander, waarvan hij wist dat het een schaker was, om te vragen of er soms een mogelijkheid bestond om gezamenlijk een dam- en schaakclub op te richten. Samen hebben ze die avond nog wat geschaakt en er werd besloten een advertentie te plaatsen om dammers en schakers te vragen om lid te worden van de op te richten club. Op 30 oktober 1979 werd ten huize van Jan Gebuys de oprichtingsvergadering gehouden. Aanwezig waren:

 

         Jan Gebuys

         Jan Hagens

         Simme Hartog

         Theo Okker

         Gerben Doedens

         Jaap Hollander

         Adrie van Maurik

        

Ook nog aangemeld, maar op die avond verhinderd was Arend Slinger.

 

Een ding was sneu voor Jan Gebuys: Er waren geen dammers op zijn advertentie afgekomen en hij moest blijven schaken. Er zijn zelfs nooit dammers op de club geweest.

 

Jaap Hollander schreef in zijn verslag dat het er op die eerste avond erg amateuristisch aan toe ging. Het eerste punt waar men het over eens was, was de naam. Omdat schakers van heel Oostflakkee aangetrokken moesten worden, werd de naam “Schaakvereniging Oostflakkee”. In Ooltgensplaat zat er in die tijd een groepje schaker en die wilde men ook wel op de club hebben en men was bang dat als de naam “Schaakvereniging Oude-Tonge” zou zijn, dat het mensen van buiten Oude-Tonge zou afschrikken. Het groepje van de Plaat is overigens nooit gekomen.

Het volgende punt was het bestuur. Jan Gebuys vond dat Jaap Hollander wel voorzitter zou kunnen worden en zo geschiedde. Vervolgens werd Adrie van Maurik als secretaris aangewezen en Gerben Doedens als penningmeester.

Ten behoeve van een vlotte gang van zaken werd dit door iedereen zo geaccepteerd, hoewel dat later op de eerste algemene leden vergadering opnieuw besproken zou moeten worden.

Die volgende ALV werd gepland voor een jaar later, maar zou in feite al op 7 november 1979 worden gehouden.

Het volgende punt was de schaakavond, waar en wanneer. Na lang overleg werd besloten tot de dinsdag. Iedereen was dan vrij.

 

Volgens het oude verslag van Jaap Hollander zag hij het optimistisch in en Jan Hagens juist niet. Want, zo meende Jan Hagens, het was al eerder geprobeerd en toen was het ook mislukt.

Gelukkig heeft Jaap hier gelijk gekregen.

 

Het nieuwe bestuur ging voortvarend te werk. Al de volgende dag, op woensdag 31 oktober 1979, nam de kersvers voorzitter Jaap Hollander contact op met de heer van Kempen van de stichting L.O.S. en er wordt een overleg gepland voor de volgende avond in de kantine van de sporthal. Ook stelt jaap de toenmalige burgemeester, de heer van de Harst, in kennis van het feit dat er een schaakclub is opgericht.

 

Op donderdag 1 november 1979 kwamen namens de stichting L.O.S. de heren van Kampen en van Vliet en namens de Schaakvereniging Jan Hagens, Jaap Hollander en Adrie van Maurik bijeen om te spreken over een eventuele aansluiting bij de stichting.

Tijdens het gesprek werd besloten dat de nog jonge vereniging voorlopig de kantine van de sporthal mogen blijven gebruiken en dat tegen de zeer lage vergoeding van vijf gulden (nu 2,25 euro) per avond ter vergoeding van de verlichting. Verwarming gratis omdat die toch brandt. Dit tot april 1980.

Met toestemming van mevrouw Huizer, die in die tijd de kantine beheerde, werd besloten dat Adrie van Maurik de consumpties zou regelen en afrekenen en hij is daarmee ook verantwoordelijk voor de sleutel.

Jaap Hollander vroeg ook nog wat over de verlichting. Die scheen rood, geel en groen. De heer van Vliet gaf toestemming om daar wit licht van te maken.

Er zijn schaakborden en -stukken bij de stichting en die liggen in het vormingscentrum, maar die mogen we pas gaan gebruiken als we definitieve contracten met de stichting hebben. Volgens de heer van Kampen kan dit pas als het bestuur van de stichting dit heeft besproken.

Op de vraag of er een oprichtingssubsidie mogelijk is, antwoordde de heer van Vliet dat dit gewoon aangevraagd kon worden bij de gemeente.

 

Uit contacten die Jaap Hollander met de burgemeester bleek dat hij het prettig vond dat er een schaakvereniging in Oude-Tonge was opgericht, terwijl hij de naam “Oostflakkee” alleszins aanvaardbaar vond. Maar toen het woord oprichtingssubsidie werd gebruikt werd hij toch wat negatiever.

 

Op vrijdag 2 november 1979 maakte Jaap Hollander eigenhandig een stencil (voor wie niet weet wat dat is, hij kijkt op Google) en 50 afdrukken om leden te werven. Hij brengt die met openbaar vervoer overal in de gemeente Oostflakkee om op te hangen in scholen, wachtkamers van de artsen en tandartsen, bejaardenhuizen en café's.

Adrie van Maurik trad met veel mensen telefonisch in contact met het zelfde doel.

Jaap Hollander ging nog verder en nam contact op met de heer Hoekman van de Rabobank. Deze zegde een geldbedrag toe, te storten op de nog te openen rekening bij de bank. Ook zou de heer Hoekman zorgen voor gratis schaaknotitiboekjes en tevens voor reclame op de uitgaande post van de bank.

 

En we kregen het eerste boze telefoontje. De heer Pol, eigenaar van cafe Pol in Ooltgensplaat, was van mening dat wij leugens vertelden. Er was op Flakkee wel degelijk een schaakvereniging en die speelde bij hem in het cafe. We moesten maar eens contact opnemen met de heer van Putten. Adrie deed dat direct en het bleek dat er stukken en borden aanwezig waren en dat wij daar gratis konden komen schaken. Adrie was uitgekookt genoeg om van de gelegenheid gebruik te maken om de niet meer gebruikte stukken en borden van de volgens hen praktisch ter ziele gegane schaakclub “Ooltgensplaat” over te nemen.

(Nu, anno 2011, weet Adrie zich niet meer te herinneren of dat hij indertijd klokken en spelen heeft overgenomen, maar het is dan ook 32 jaar geleden)

Jaren later heeft koert Wijnands nog eens gebeld met de Ooltgensplaatse schaakclub. Die bestond op dat moment nog uit drie man die eenmaal per week bijeen kwam waarbij de beste speler tegen de twee anderen speelde. De heren werden uitgenodigd om bij ons te komen spelen, maar ze gaven er de voorkeur aan om op die manier door te gaan. Nu, in 2011, zal er niet veel meer van over zijn.

 

Hoewel dat uit de notulen van die tijd niet is terug te vinden, bleek tussen de regels door dat men speelde met stukken en borden die men van thuis meebracht.

 

De volgende ALV werd dus al op 7 november 1979 gehouden.

 

Na het verslag doen van de dingen die men tot dan toe gedaan heeft, is er een klein incident plaats. Mevrouw Huizer-Vat, de beheerster van de kantine, komt binnen en zegt zeer gebelgd te zijn. Er was contact met haar opgenomen teneinde een korting van 10 % op de consumpties te krijgen. Bovendien betaald de vereniging huur aan de stichting L.O.S. Terwijl zij de kantine pacht van de stichting. De voorzitter zegt niets van korting op de consumpties af te weten, maar biedt toch zijn verontschuldiging daarvoor aan.

Het volgende punt op de agenda is het vaststellen van de contributie. Dit werd 20 gulden voor de jeugdleden en 60 gulden voor de senioren.

De voorzitter vroeg vervolgens om vrijwilligers voor het lesgeven aan de jeugd. Gerben Doedens en Adrie van Maurik namen die taak op zich.

Vervolgens moest er nog een wedstrijdleider worden gezocht. Wim van Maurik vroeg wat dat inhield en daarmee was hij de nieuwe wedstrijdleider.

Tot slot stelde de voorzitter voor om de nieuwe wedstrijdleider en Jan Gebuys op te nemen in het bestuur, zodat die nu uit vijf leden zou bestaan. Met algemene stemmen wordt dat aangenomen.

De voorzitter sloot de vergadering en men pleegde nog een snelschaakcompetitie.

 

Over Wim van Maurik moet nog worden opgemerkt dat het niet exact bekend is wanneer hij lid werd. Volgens zijn broer Adrie van Maurik, was Wim ook aanwezig op de oprichtingsvergadering, maar hij staat niet in de notulen van die avond op de lijst van aanwezigen. In ieder geval was Wim er dus zeker een week later op de vergadering van 7 november 1979. In 1982 kwam Wim helaas bij een motorongeluk om het leven.

 

Op 30 januari 1980 is er dan weer een ALV. De opkomst was zeer groot, alle seniorleden en acht jeugdleden.

Het eerste agendapunten waren de wijze van stemmen en de statuten en het huishoudelijke reglement en de herkomst daarvan.

In de notulen staat niets over de herkomst van de statuten, maar volgens uw schrijver waren deze aangevraagd bij de RSB.

Punt voor punt werden de artikelen voorgelezen, waarna commentaar mogelijk was. Slechts op twee punten werd er een wijziging aangenomen.

Eenmaal werd het woordje “de” vervangen door “ter”. Hoewel het minimaal lijkt, was het toch belangrijk.

De tweede wijziging was iets uitgebreider. In het artikel betreffende verkiezing van bestuursleden stond oorspronkelijk dat de voorzitter gekozen moest worden door middel van stembriefjes, de overige bestuursleden door middel van opstaan en weer gaan zitten. Dit werd gewijzigd in altijd stembriefjes.

Vooral Cor van loon hamerde er op dat de statuten goed in elkaar moesten zitten om problemen in de toekomst te voorkomen. En dat is terecht.

 

(Overigens is er in de afgelopen 32 jaar maar driemaal gestemd met briefjes en dat was om in 1980 om het definitieve bestuur te kiezen en  in 1981 en 1987, beide keren om een nieuwe voorzitter te kiezen uit twee kandidaten. Verder waren er nooit genoeg kandidaten om echt te stemmen.)

 

Het volgende punt was de zaal. In het eerste jaar werd geschaakt in de foyer van de sporthal. Nu beter bekend onder de naam Grutterswei. Daar speelden we in wat nu zaal C is, die toen overigens de helft kleiner was. De zalen A en B moesten er toen nog aangebouwd worden en zaal C verlengd. Rustig was het daar allesbehalve. Sporters kwamen er een biertje drinken en begonnen er gesprekken te houden, wat men hen overigens niet kwalijk kon nemen. En hoe moest dat als we lid van de bond zouden worden? Eigenlijk was het helemaal niets.                                      

 

Men keek uit naar een nieuwe speelzaal. Het Achterhuis (waarschijnlijk was dat het oude weeshuis naast de smederij van Abresch, waar nu de Mensendieck zit) werd bekeken en te licht bevonden. Overwogen werd om te gaan schaken in het café voorheen Van de Vliet wat nu de Lely is en in het cafe van Hugh Kreeft, wat nu het chinees restaurant Ka-Ho is, maar men was bang dat dat leden zou gaan kosten. Ook de oude barakken (dat was ongeveer waar nu de garage van Visbeen aan de Stationsweg staat) werd nog even overwogen. Er viel nog geen beslissing.

 

De contributie werd vast gesteld op 60 gulden, nu zou dat 27 euro zijn. Dat kon ook zo laag zijn omdat we nog geen lid van de bond waren.

Gerben Doedens regelde bij de gemeente een oprichtingssubsidie zodat spellen, borden en klokken konden worden aangeschaft.

 

Op de eerste ALV stelde de voorzitter Jaap Hollander voor om het bestuur uit te breiden met nog twee leden. Dit werden Jan Gebuys en Wim van Maurik.

 

Het zou tot 1981 duren voor werd besloten te verhuizen naar de duurdere “De Oude School” aan de Schoolstraat. Een oud pand met een zeer luid krakende vloer en stoelen die een afschuwelijk geluid maakten als ze verschoven werden. Beheerders waren het echtpaar Leen en Lenie Wielaard. Het stond op de plaats waar nu de meubelzaak van Van Kempen staat.

Het was een pand met karakter waar het prettig schaken was, maar er waren voor ons ook nadelen. Bijvoorbeeld Theo Okker was beheerder in de sporthal en kon niet mee. We moesten op de woensdag gaan schaken, de enige beschikbare avond in De Oude School. In die tijd was het Europees voetbal altijd op de woensdagavond en voor velen een probleem om dan te gaan schaken. En eenmaal in de maand kwamen dan de Plattelandsvrouwen er vergaderen en schaakten wij op de dinsdag. Menigeen kwam dan toch tevergeefs op de woensdag omdat hij dat vergeten was.

 

Al snel werd de naam van de club verkeerd afgekort tot SOF. Normaliter zou het SVO moeten zijn. Wie die afkorting in het leven heeft geroepen weet nu niemand meer. Jan Hagens kreeg van Jaap Hollander lange tijd de schuld, maar zelf ontkende hij het altijd. Hij zei dat hij die afkorting wel graag had willen verzinnen, maar dat de eer niet aan hem was.

Zeker is dat de naam SOF het eerste in de krant kwam nadat TOG uit Bruinisse een vriendschappelijke partij had gewonnen van SOF. In de krant verscheen toen een artikel met de kop: TOG wint van SOF. En omdat Jan Hagens toen op beide clubs speelde en bij TOG bestuurslid was, viel de verdenking van Jaap op hem.

 

Het eerste jaar werd Gerben Doedens kampioen met 87 % en 367 punten. Men speelde namelijk toen al met het Keizersysteem. Tweede werd Jan Rozema met 74 % en 298 punten en derde Adrie van Maurik 75 % en 295 punten.

 

Nog even terugkomen op het echtpaar Wielaard. Als beheerders van “De Oude School” waren ze zeer betrokken bij de club. Hoewel wij als schakers in die tijd geen grote gebruikers waren, gaven ze ons niet alleen alle aandacht, ze schonken ons ook nog een wisselbeker voor het snelschaken. Ze waren dan ook geliefd bij iedereen. Nadat “De Oude School” was afgebroken en we noodgedwongen naar de nieuwe Grutterswei waren verhuisd, hebben zij daar nog heel even het beheer gehad. Toen zij daarmee stopten, hielden wij op onze verenigingsavond in besloten kring een kleine receptie voor hen en gaven we ze een grote plant in pot als afscheidscadeau. Helaas hebben beide niet oud mogen worden.

 

De jeugd was vanaf het begin een belangrijk onderdeel van de club. Sterke spelers waren toen al Leen en Peter Holleman, Leo Brands en M. Ter horst.

 

Er zijn hier al diverse namen genoemd. Gezegd moet worden dat Jaap Hollander schaakte bij een club in Zierikzee. Jan Hagens en Arend Slinger speelden ook elders, bij TOG in Bruinisse.

Aan het eind van het eerste jaar had SOF 19 seniorleden en niet minder dan 20 jeugdleden.

 

De seniorleden waren:

Wim van Maurik, Adrie van Maurik, Jan Gebuys, Cor van Loon, Jaap den Hollander,
Arend Slinger, Siem Hartog, Jan Hagens, Gerben Doedens, Jan Rozema, Theo Okker,
C. van den Ouden, C. Hokke, W. Los, Wim van Strien, T. Kik, P. Bakelaar, Offerman, Elders

 

Opvallend dat in alle papieren van die tijd er geen spelers met voornaam worden genoemd. Wel bijna altijd met voorletters.

 

Voorwaar al met al een succes, grotendeels te danken aan Jan Gebuys en de andere heren van het eerste uur.

 

Tot zover het eerste jaar.